Goddestination

Al-Lail

Al-Lail

De Nacht

21 ayahsMeccanNederlands

Now playing Watch on YouTube

بِسۡمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحۡمَـٰنِ ٱلرَّحِیمِ

Bismi Allah Ar-Rahman Ar-Rahim

  1. 1 وَٱلَّیۡلِ إِذَا یَغۡشَىٰ

    Wal-layli ieza jagsja

    Ik zweer bij den nacht, als die alle dingen met duisternis bedekt.

  2. 2 وَٱلنَّهَارِ إِذَا تَجَلَّىٰ

    Walnahaar ieza Tadjalla

    Bij den dag als die met glans schittert;

  3. 3 وَمَا خَلَقَ ٱلذَّكَرَ وَٱلۡأُنثَىٰۤ

    vama khalak Al-dhakara Wal-oensaa

    Bij Hem, die het mannelijke en het vrouwelijke schepsel heeft geschapen.

  4. 4 إِنَّ سَعۡیَكُمۡ لَشَتَّىٰ

    Inna sajkoem Lasjettaja

    Waarlijk, uwe pogingen hebben verschillende doeleinden.

  5. 5 فَأَمَّا مَنۡ أَعۡطَىٰ وَٱتَّقَىٰ

    feama ata Vattaka

    Maar hem, die gehoorzaam is en God vreest,

  6. 6 وَصَدَّقَ بِٱلۡحُسۡنَىٰ

    wa saddaka Bilhoesna

    En de waarheid van het geloof belijdt, dat het uitnemendst is.

  7. 7 فَسَنُیَسِّرُهُۥ لِلۡیُسۡرَىٰ

    Fesanoe jassiroehoe Liel joesra

    Dien zullen wij den weg des geluks gemakkelijk maken.

  8. 8 وَأَمَّا مَنۢ بَخِلَ وَٱسۡتَغۡنَىٰ

    wa amma bachila Vastagnaja

    Maar hem, die gierig zal wezen, en zich om niets dan deze wereld bekommert,

  9. 9 وَكَذَّبَ بِٱلۡحُسۡنَىٰ

    wa kez-ze-ba Bilhoesna

    En de waarheid zal loochenen van datgene, wat het uitnemendst is.

  10. 10 فَسَنُیَسِّرُهُۥ لِلۡعُسۡرَىٰ

    Fesanoe jassiroehoe Lil-oesra

    Dien zulle wij den weg tot de ellende vergemakkelijken.

  11. 11 وَمَا یُغۡنِی عَنۡهُ مَالُهُۥۤ إِذَا تَرَدَّىٰۤ

    vama jughnie anhu ieza taraddā

    En zijne rijkdommen zullen hem niet baten, als hij, het onderst boven, in de hel zal vallen.

  12. 12 إِنَّ عَلَیۡنَا لَلۡهُدَىٰ

    Inna alejna Lel-hoeda

    Waarlijk, ons behoort de leiding van den mensch.

  13. 13 وَإِنَّ لَنَا لَلۡـَٔاخِرَةَ وَٱلۡأُولَىٰ

    wa inna lana Lal-achira Wal-oelja

    Ons is het tegenwoordige en het volgende leven.

  14. 14 فَأَنذَرۡتُكُمۡ نَارࣰا تَلَظَّىٰ

    Fa-andzartoekoem nara Tallaẓẓa

    Daarom bedreig ik u met het vreeselijk brandend vuur.

  15. 15 لَا یَصۡلَىٰهَاۤ إِلَّا ٱلۡأَشۡقَى

    jaslaja illa Al-asjqa

    Waarin niemand zal worden geworpen om verbrand te worden, behalve de meest verdorvenen.

  16. 16 ٱلَّذِی كَذَّبَ وَتَوَلَّىٰ

    al-ladhie kazzaba

    Die niet geloofd en zich afgewend zullen hebben.

  17. 17 وَسَیُجَنَّبُهَا ٱلۡأَتۡقَى

    wasaijoedjannaboehaa Al-Atka

    Maar hij die zich gestreng (voor afgoderij en weêrspannigheid) in acht neemt, dien zullen wij ver van daar voeren:

  18. 18 ٱلَّذِی یُؤۡتِی مَالَهُۥ یَتَزَكَّىٰ

    al-ladhie joti jatazakka

    Die zijn vermogen aan aalmoezen besteedt, om zich meer te zuiveren,

  19. 19 وَمَا لِأَحَدٍ عِندَهُۥ مِن نِّعۡمَةࣲ تُجۡزَىٰۤ

    vama leahadin indahoe min Niemat toedzj-jaa

    En niet opdat hem zijne weldaden zullen worden beloond.

  20. 20 إِلَّا ٱبۡتِغَاۤءَ وَجۡهِ رَبِّهِ ٱلۡأَعۡلَىٰ

    illa ibtighaa Wadjieh Rabbihe Al A'la

    Maar die zijn vermogen voor de zaak van zijn Heer, den Verhevenste besteedt.

  21. 21 وَلَسَوۡفَ یَرۡضَىٰ

    velasof Jarza

    En hierna zal hij gewis voldaan zijn met zijne belooning.

This surah in other languages